Krachten bundelen in mobiliteitscentra

6 april 2009 - Sinds 1 maart is er een landelijk dekkend netwerk van 33 mobiliteitscentra om bedrijven te ondersteunen gedurende de crisis. De regionale mobiliteitcentra zijn erop gericht om mensen die met ontslag bedreigd worden naar ander werk te begeleiden. Ook bieden de mobiliteitscentra begeleiding bij de invulling van werktijdverkorting, bijvoorbeeld via om-, her- en bijscholing. We vroegen Rob Schwillens, projectleider van de mobiliteitscentra, wat scholen en mobiliteitscentra voor elkaar kunnen betekenen.


Rob SchwillensIn de mobiliteitscentra werken verschillende organisaties samen. Schwillens noemt de belangrijkste: “UWV WERKbedrijf, gemeenten, ROC’s, VMBO’s, re-integratiebedrijven, uitzendbureaus, outplacementbureaus en private onderwijsinstellingen. Al deze partijen slaan de handen ineen om  bedrijven te helpen in deze crisistijd. Per regio is de behoefte verschillend. Er zijn mobiliteitscentra waar het nog relatief rustig is, in andere mobiliteitscentra is het een drukte van jewelste. ”

 

Centraal loket
“Vooral voor de kleinere bedrijven is het fijn dat ze nu één aanspreekpunt hebben”, aldus Schwillens. “Grote bedrijven hebben een afdeling personeelszaken,  een sociaal plan en soms zelfs een eigen opleidingscentrum. Die bedrijven weten de weg wel te vinden. Maar je kunt je voorstellen dat  kleinere bedrijven door de bomen het bos niet meer zien. Voor hen zijn de mobiliteitscentra het centrale loket waar zij terecht kunnen met hun vragen over de arbeidsmarkt.”

 

Snelheid
Scholing is een belangrijke component voor de mobiliteitscentra. Snelheid is daarbij het toverwoord volgens Schwillens. “De crisis komt in een razend tempo op bedrijven af. Er zijn bedrijven die binnen vier weken hun goed gevulde orderportefeuille volledig zien verdampen. Zij hebben direct hulp nodig en kunnen niet maanden wachten op  een scholingstraject. Dan is het te laat. ROC’s, de projectdirectie Leren en Werken en de samenwerkende kenniscentra moeten daarin gezamenlijk een slag slaan. Het Voorhoedescholen project vind ik dan ook een goed initiatief.”

 

“De bedrijven zelf kunnen ook ondersteuning bieden bij scholingstrajecten van de ROC’s. Want bedrijven beschikken over goede leermeesters. Een deel van hen heeft door de crisis minder werk, dus kan hun expertise ingezet worden voor scholing.  Het is de kunst om de kracht van de bedrijven en de scholen te bundelen.”

 

Toegevoegde waarde
Schwillens kan zich voorstellen dat het voor een ROC lastig is om snel in te kunnen spelen op vragen van bedrijven die scholing willen voor één of twee medewerkers. “Juist bij dat soort vragen kunnen mobiliteitscentra een toegevoegde waarde hebben voor scholen. Het is interessant om te kijken wat precies de vraag is. Is de vraag heel specifiek, of verwachten we in de toekomst vergelijkbare vragen te krijgen? Want als dat laatste het geval is, kunnen mobiliteitscentra in de bestanden van het UWV WERKbedrijf kijken of er mensen zijn met een uitkering voor wie zo’n opleiding ook interessant kan zijn. Op die manier kun je een groep mensen bij elkaar krijgen voor dezelfde opleiding.”

 

Financiering
Hoe zit het met de fincanciering van de scholing waar bedrijven behoefte aan hebben? Schwillens: “Er zijn verschillende partijen die voor financiering kunnen zorgen: de bedrijven (zowel de bedrijven waar mensen werken die met ontslag bedreigd worden, als de nieuwe bedrijven die deze mensen in dienst willen nemen), de O&O-fondsen die elke sector heeft,  het UWV en de gemeenten. Ook hiervoor geldt: krachten bundelen. Als alle partijen bereid zijn om bij te dragen, komt de financiering meestal wel rond.”

Inschrijven maandelijkse VoorhoedeNieuwsbrief